Je kunt iemand missen zonder veel te huilen. Je kunt geraakt zijn door een verlies en toch doorgaan met wat er die dag moet gebeuren. En soms weet je zelf niet goed wat je voelt.
Aan de buitenkant is niet betrouwbaar af te lezen hoeveel een verlies voor iemand betekent. Mensen verschillen in hoeveel ze huilen, praten of laten zien. Ook bij één persoon kan dat van moment tot moment veranderen.
We hoeven daar niet meteen een verklaring voor te zoeken.
Huilen is geen maat voor rouw
Tranen kunnen bij verdriet en rouw horen, maar niet huilen betekent niet dat iemand minder geraakt is of minder verbonden was met degene die overleed.
Omgekeerd bewijst huilen evenmin hoe zwaar een verlies voor iemand is.
Hoe iemand emoties uit, hangt samen met veel meer dan alleen het verlies: persoonlijke gewoonten, de situatie, wat er op dat moment moet gebeuren, sociale verwachtingen en hoeveel iemand met anderen wil delen.
Zichtbaar gedrag is dus maar één deel van wat iemand ervaart.
En als je weinig of niets voelt?
Na een overlijden kan er verdriet zijn, maar ook leegte, afstand of weinig duidelijke emotie. Soms wisselt dat. Soms blijft het moeilijk om woorden te geven aan wat er gebeurt.
Zo'n ervaring zegt op zichzelf niet waarom je weinig voelt. Vermoeidheid, stress, stemming, lichamelijke factoren en de omstandigheden waarin je zit kunnen meespelen.
Je hoeft dus niet te zoeken naar een emotie die er eigenlijk zou moeten zijn.
Niet weten wat je voelt mag ook gewoon de vaststelling van dit moment zijn.
Doorgaan zegt niet dat het verlies je niets doet
Werken, regelen, zorgen, sporten of praktische problemen oplossen kan samengaan met gemis of verdriet. Het kan ook simpelweg zijn wat de situatie op dat moment vraagt.
Hetzelfde geldt voor weinig praten.
Iemand kan geen woorden vinden, liever privé blijven, geen behoefte hebben aan een gesprek of op dat moment met iets anders bezig zijn. Van buitenaf kun je daar niet betrouwbaar één psychologische betekenis aan geven.
Verschillen zijn geen vaste rouwtypes
Er bestaan beschrijvingen waarin mensen worden verdeeld in meer emotionele of meer handelende rouwstijlen. Ook over mannen en vrouwen worden soms algemene verschillen genoemd.
Op groepsniveau worden soms verschillen gezien, maar die zijn niet sterk of consistent genoeg om te voorspellen hoe één persoon rouw zal tonen.
Een label hoeft daarom niet het vertrekpunt te zijn.
Je kunt dichter bij je eigen ervaring blijven: wat merk je sinds het verlies, wat verandert, wat blijft hetzelfde en waar weet je het nog niet van?
Wanneer verder kijken zinvol kan zijn
Veel verschillen in hoe rouw zichtbaar wordt hoeven niet opgelost te worden.
Toch is 'iedereen rouwt anders' geen reden om aanhoudende ernstige klachten of duidelijke beperkingen in het dagelijks functioneren te negeren.
Als je je zorgen maakt over wat je ervaart of als functioneren langdurig moeilijk wordt, is het verstandig dit met een passende zorgverlener te bespreken.
Een artikel kan niet bepalen wat er bij jou aan de hand is.
Misschien is dit genoeg
Je hoeft niet meer te huilen om te bewijzen dat iemand belangrijk was.
Je hoeft ook niet te praten omdat anderen vinden dat dat bij rouw hoort.
Misschien is het voor nu voldoende om preciezer op te merken wat er werkelijk aanwezig is.
Verder lezen
Als een van deze vragen voor jou relevant is.
Bronnen en achtergrond
Gebruikte achtergrond voor de passage over verschillen in emotionele expressie en coping na verlies.
Stroebe, Stroebe & Schut (2001). Overzicht van groepsverschillen in aanpassing na verlies. Review of General Psychology. Bekijk bron →