Je kunt mensen om je heen hebben en je toch alleen voelen.
Na een verlies kan dat extra scherp worden. Er zijn gesprekken, berichten of afspraken, maar toch ontbreekt degene bij wie je iets vanzelfsprekend kon delen. Of je merkt dat contact er wel is, maar niet altijd raakt aan wat je mist.
Eenzaamheid betekent daarom niet simpelweg dat iemand te weinig mensen ziet.
Alleen zijn, eenzaamheid en sociale isolatie zijn niet hetzelfde
Deze begrippen worden gemakkelijk door elkaar gebruikt.
Alleen zijn beschrijft een situatie: er is op dat moment niemand bij je.
Sociale isolatie gaat meer over de omvang of beschikbaarheid van sociaal contact en relaties.
Eenzaamheid gaat over de ervaren afstand tussen het contact dat je hebt en het contact of de verbondenheid waar je behoefte aan hebt.
Ze kunnen samengaan, maar dat hoeft niet.
Iemand kan weinig mensen zien en zich toch verbonden voelen. Iemand anders kan veel contacten hebben en zich sterk eenzaam voelen.
Na een verlies kan juist één specifieke verbinding ontbreken
Bij rouw gaat het niet alleen om de hoeveelheid contact.
Een overleden partner, ouder, vriend of andere belangrijke persoon had vaak een unieke plaats. Die relatie wordt niet vervangen doordat andere mensen vaker langskomen.
Bij partnerverlies kan bijvoorbeeld niet alleen gezelschap wegvallen, maar ook dagelijkse vertrouwdheid, lichamelijke nabijheid, gezamenlijke routines, gedeelde beslissingen of het vanzelfsprekende gevoel ergens bij te horen.
Meer mensen om je heen hebben is daarom niet automatisch hetzelfde als minder eenzaamheid ervaren.
Onderzoek laat geen enkel verloop zien
Onderzoek naar eenzaamheid na verlies wijst niet op één vast patroon.
Een systematische review van longitudinale studies naar partnerverlies vond dat eenzaamheid vaak sterk toeneemt rond het overlijden. Daarna liepen de trajecten uiteen: in verschillende studies nam eenzaamheid af, bleef ze verhoogd of veranderde ze op andere manieren.
Dezelfde review vond bovendien veel minder onderzoek naar sociale isolatie dan naar eenzaamheid.
Belangrijk is dat het merendeel van dit onderzoek ging over oudere volwassenen na het overlijden van een partner.
Die resultaten kunnen dus niet zonder meer worden toegepast op ieder verlies of iedere persoon.
Veel mensen om je heen kan toch moeilijk zijn
Gezelschap kan steun geven en tegelijk confronterend zijn.
In een groep kun je merken wie er ontbreekt. Een gesprek kan normaal doorgaan terwijl jouw aandacht telkens terugkeert naar het verlies. Je kunt je welkom voelen en toch ervaren dat een belangrijk deel van wat je beleeft niet gedeeld wordt.
Dat hoeft niet te betekenen dat anderen tekortschieten.
Het kan ook iets zeggen over hoe specifiek de verloren relatie was.
Verbondenheid kan verschillende vormen aannemen
Niet ieder contact hoeft dezelfde behoefte te beantwoorden.
Met iemand kun je praten over het verlies. Met iemand anders juist over alledaagse dingen. Een derde biedt praktische steun. Soms geeft samen stil zijn meer verbondenheid dan een lang gesprek.
Ook contact met mensen die iets vergelijkbaars hebben meegemaakt kan voor sommigen herkenning geven. Voor anderen is dat minder belangrijk.
Er bestaat geen juiste samenstelling van steun.
Nieuwe contacten vervangen de overledene niet
Na een verlies kunnen nieuwe of veranderde relaties waardevol worden.
Dat betekent niet dat ze de verloren relatie overnemen.
Nieuwe verbondenheid en gemis kunnen naast elkaar bestaan.
Ook een plezierige avond, een nieuwe vriendschap of opnieuw ergens bij horen zegt niets over hoeveel iemand nog mist.
Soms wordt eenzaamheid moeilijk om alleen te dragen
Eenzaamheid is op zichzelf geen diagnose.
Ze kan wel zwaar gaan wegen, zeker wanneer iemand zich langdurig afgesloten voelt, weinig steun ervaart of dagelijkse dingen steeds moeilijker worden.
Onderzoek laat bovendien zien dat eenzaamheid en sociale isolatie samenhangen met gezondheid, maar zulke verbanden vertellen niet wat bij één persoon oorzaak of gevolg is.
Als afzondering aanhoudt, je functioneren duidelijk achteruitgaat of je je zorgen maakt over hoe het met je gaat, is het verstandig dit met een passende zorgverlener te bespreken.
Misschien helpt een kleinere vraag
Je hoeft niet meteen te bedenken hoe je minder eenzaam moet worden.
Je kunt eerst proberen te onderscheiden wat je precies mist.
Bijvoorbeeld:
• Mis ik gezelschap, of vooral één specifieke persoon?
• Bij wie voel ik me op dit moment het meest op mijn gemak?
• Wanneer voel ik me ondanks gezelschap toch alleen?
• Is er contact waar ik naar verlang, maar dat nu ontbreekt?
• Wil ik iemand spreken, samen iets doen of juist even niets hoeven?
Dat hoeft nog geen oplossing op te leveren.
Misschien is dit voldoende:
Eenzaamheid vertelt niet alleen hoeveel mensen er zijn, maar iets over de verbondenheid die je mist.
Verder lezen
Als een van deze vragen voor jou relevant is.